Posts tonen met het label Reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reizen. Alle posts tonen

9/30/2012


Viaduct van Millau

 
Het Viaduct van Millau (Frans: Viaduc de Millau) is een meervoudige tuiconstructie over de rivier de Tarn, in de gemeentes Millau en Creissels in het departement Aveyron te Frankrijk. Het viaduct, op 14 december 2004 geopend door toenmalig president Jacques Chirac, is de hoogste brug ter wereld (in constructiehoogte).

Het viaduct draagt de autosnelweg A75/E11 (La Méridienne). De weg verbindt Clermont-Ferrand in het noorden met Béziers en Montpellier in het zuiden. Voor de aanleg van het viaduct moest al het verkeer van Parijs naar Perpignan door Millau, of een omweg nemen naar het oosten via Lyon, 912 of 850 km (autosnelwegen A6 en A7) of naar het westen via de A20 Toulouse-Brive-Limoges-Vierzon, 800 km

Het viaduct bestaat uit acht overspanningen, ondersteund door zeven betonnen pijlers. De middelste stukken overspannen 342 meter, de uiterste overspanningen 204 meter. De brug ligt op 270 meter boven de rivier de Tarn. De lengte van de brug is 2460 meter. Er zijn zeven enorme brugpijlers gebouwd, waarvan de hoogste 343 meter de lucht in reikt, iets hoger dan de Eiffeltoren. Dit is de hoogste brugpijler ter wereld. Het brugdek is 32 meter breed, en bevat twee rijstroken en een vluchtstrook in beide rijrichtingen.

Het viaduct is de grootste voertuigenbrug in de wereld, bijna twee maal zo groot als de vroegere Europese recordhouder, de Europabrücke in Oostenrijk.

Het wegdek is uit metaal vervaardigd, zodat dit deel van het viaduct transparant oogt en het geheel het landschap niet te zeer overheerst. Het wegdek weegt 36 000 ton, is 2460 meter lang en 32 meter breed. Het is opgebouwd uit acht delen; de middelste zijn 342 meter en de buitenste twee zijn 204 meter lang. De middelste onderdelen werden geproduceerd in de fabrieken van Eiffage in Fos-sur-Mer en werden over de weg vervoerd naar Millau via Nîmes. Aangezien het viaduct een beetje gekromd is, moest ieder onderdeel uniek zijn.

Om het wegdek aan elkaar te hangen werden aan beide kanten (zuid en noord) werven opgezet, waar alle laswerk werd uitgevoerd. Aan de zuidkant werd 1742 meter in elkaar gezet, aan de noordkant 717 meter. Op die manier werd het merendeel van het werk op de grond uitgevoerd, zodat het risico van het werken op grote hoogte vermeden werd.

De bouwer van het viaduct is de firma Eiffage, die ook de Eiffeltoren heeft gebouwd. Eiffage zal het viaduct na de bouw 75 jaar exploiteren. De Britse architect Norman Foster ontwierp het bouwwerk, waarbij hij zich baseerde op de tuiconstructie van Michel Virloguex. Beide architecten tekenden later samen ook een ontwerp voor een enkeldeksbrug voor de Oosterweelverbinding in Antwerpen.

Het viaduct is ontworpen met nadruk op de integratie in de natuur van de Gorges du Tarn. Het immense bouwwerk dat zo'n 120 jaar mee moet gaan, heeft daarom slanke en rijzige pilaren en een dun, bescheiden ogend wegdek gekregen. De pilaren splitsen zich ieder 90 meter onder het wegdek en verwijderen zich geometrisch van elkaar waarna ze boven het wegdek weer bij elkaar komen. Dit levert een esthetisch geheel van schaduwen op zodat de aanwezigheid van het viaduct minder nadrukkelijk is.

Maar de belangrijkste reden van het zich splitsen van de betonnen pilaren is van bouwtechnische aard. Het stalen wegdek zet uit bij opwarming en krimpt bij afkoeling en omdat beton dit niet doet moest toch een techniek worden toegepast om het aan de betonnen pilaren 'trekkende en duwende' stalen wegdek op te vangen. De technische oplossing bleek echter al eeuwenoud en te worden gebruikt bij de houten kiellegging van schepen, een gespleten houten paal is vele malen buigzamer (zonder aan duwkracht in te boeten) dan een niet gespleten paal van dezelfde omvang en op deze wijze kunnen de betonnen pilaren meebewegen met het uitzettende- en krimpende stalen wegdek.

Het Viaduct van Millau kostte 394 miljoen euro. De bijhorende péage kostte 20 miljoen euro extra. Het bedrijf Eiffage financierde de constructie. In ruil daarvoor mag het bedrijf 75 jaar lang, tot 2080, tol vragen voor het transport. Blijkt het viaduct zeer winstgevend, dan kan deze overeenkomst al in 2044 aflopen

De aanleg van het viaduct van Millau heeft een aanzienlijke invloed op het toerisme in de omgeving. Behalve het bouwwerk zelf trekken de grotten van Roquefort-sur-Soulzon en het kasteeldorpje Castelnau-Pégayrols veel bezoekers. Tijdens de constructie van het viaduct kwamen er ongeveer een half miljoen mensen kijken. Nu zijn de panoramische zichten op de brug populair. Even buiten Millau onder het viaduct is een gratis informatiecentrum (dagelijks geopend), en aan de noordzijde van de brug een tweede informatief centrum ter hoogte van het wegdek.

**De maximale snelheid op het viaduct werd verminderd van 130 tot 110 km/u vanwege de vele vertragingen door toeristen die er foto's nemen. In de periode na de opening stopten zelfs geregeld mensen op de vluchtstrook om te genieten van het uitzicht.

**De Chinese minister van transport bezocht de brug bij de verjaardag één jaar na de openstelling van het viaduct. De delegatie was geïnteresseerd in de technische moeilijkheden die bij de constructie overwonnen moesten worden en ook in de juridische en financiële kant van de zaak.

**Op 27 juni 2004 maakte de Oostenrijker Felix Baumgartner een geslaagde BASE-jump vanaf het viaduct.

**Het viaduct is ook te zien in de film Mr. Bean's Holiday uit 2007.

**Het programma Top Gear organiseerde in 2007 een challenge waarbij de drie presentatoren met een sportauto raceten door Frankrijk met het viaduct van Millau als eindpunt.

9/19/2012


Ajanta

Grotten van Ajanta
UNESCO-werelderfgoedlijst



Ajanta (correcter Ajujnthi) is een dorp in de vroegere heerschappij van Nizam van Haiderabad in India en ligt nu in de Indhadree heuvels in het district Aurangabad, in de staat Maharashtra.

De plaats is beroemd vanwege zijn grothermitages en zalen, waarin indrukwekkende schilderingen op de muren aangebracht zijn. De grotten zijn alle monolithisch, dat wil zeggen bestaande uit één gesteente en dat is inclusief al het beeldhouwwerk.

Sinds 1983 staan de Ajanta-grotten op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO. Al vanaf 1951 zijn de grotten een nationaal monument van India.

Aan de zijkanten van de kloof, oorspronkelijk toegewijd aan een Naga (slangen-koning) begon een gemeenschap van boeddhistische monniken (bhikkhu) met het uithakken van chaitiyas (tempels) en viharas (kloosters). Dit werd gedaan in twee golven, de vroege grotten vanaf 300 v.Chr., de late grotten tussen 250 en 650 n. Chr.. tijdens de regering van de Vakataka en Chalukya dynastieën. Met name de latere grotten tonen de grote dagen van artistieke activiteit te Ajanta. De monniken werden ondersteund door schilders, beeldhouwers en timmerlieden. De schilderingen illustreren de verschillende gebeurtenissen uit het leven van prins Gautama Boeddha, de stichter van het boeddhisme en zijn gebaseerd op de Jataka-vertellingen (verhalen over de vorige levens van de Boeddha). Daarnaast zijn er ook schilderingen te zien met Chinese, Griekse en Romeinse invloeden. Enige schilderingen vertellen over het leven aan het hof en over het burgerlijke leven uit die tijd, waarin ook de klederdracht van toen duidelijk herkenbaar is

Er zijn in totaal 29 grotten in Ajanta. De nummering van de grotten is gegeven door archeologen en is niet bepaald door (vermeende) chronologische volgorde van gereedkomen van de grotten.

Grot 1 (geheel rechts) wordt als een van de mooiste kloosters beschouwd. Het is gemaakt het einde van de vijfde eeuw. In de grot vindt men twintig zuilen die rondom een vierkante binnenplaats zijn geposteerd. In het midden achterin de grot vindt men een Boeddhabeeld. Geheel rondom en ook op het plafond zijn er schilderingen te vinden. Aan de linkerkant van de ingang vindt men de Sibi Jataka, gevolgd door de Samkhapala Jataka, dat verder gaat bij de linkermuur. Hierna volgt op de linkermuur schilderingen uit de Mahajanaka Jataka. Op de rechter achtermuur wordt het verhaal verteld uit de Champeya Jakata. Op het plafond zijn decoratieve motieven geschilderd, die men ook terugvindt in het werk van de plaatselijke textielindustrie.

Grot 2 volgt een gelijke structuur als te vinden is in grot 1, maar er zijn meer beeldhouwwerken te vinden. Ook hier vindt men achterin het klooster een beeld van Boeddha in een nis (schrijn). Op de muren zijn vertellingen afgebeeld uit de Vidhurapandita Jataka.

Grotten 4 en 5 zijn kloosters die niet zijn voltooid. Grot 4 is het grootste klooster in Ajanta.

Grot 6 bestaat uit 2 verdiepingen.

In grot 10, uit het einde van de 1e eeuw n.C. en een van de eerste grotten, zijn alleen de Jataka-verhalen uitgebeeld. Het zijn Hinayana-thema’s. De schilderingen in de 1e vihara (tempel) te Ajanta vertegenwoordigen een ietwat verschillende stijl. Ze bestaan uit een aantal panelen met decoratieve motieven en vruchten en bloemvormen.

Grot 17 heeft decoraties uit de Vessantara Jataka. Ook wordt er afgebeeld Indra, hoofd van de goden, met zijn gevolg van hemelse muzikanten.

Op het einde van de 7e eeuw begon het boeddhisme in India te vervallen.